ECLI:NL:PHR:1986:AC9271
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor meervoudige valsheid in geschrift en afdreiging met onjuiste uitkeringsinformatie
In deze militaire strafzaak werd de verdachte veroordeeld voor meervoudige valsheid in geschrift door het opmaken van een vals geldopnameformulier met het oogmerk dit als echt te gebruiken, en voor meervoudige afdreiging door te dreigen aan de sociale dienst door te geven dat een vrouw met een uitkering zwart werkte.
De verdachte stelde onder meer dat de dagvaarding nietig was wegens het ontbreken van de termen 'onvervalst' en 'opzettelijk' in de tenlastelegging, en dat de feitelijke omschrijving van het gebruik van het valselijk opgemaakte formulier ontbrak. De Hoge Raad oordeelde dat deze termen overbodig of niet vereist zijn en dat de feitelijke omschrijving niet noodzakelijk is volgens de jurisprudentie.
Verder werd geklaagd over de onjuiste verwijzing naar een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet, terwijl de vrouw een andere uitkering genoot. Hoewel dit feitelijk juist was, achtte de Hoge Raad de term van bijkomstige aard, maar stelde dat het hof onbegrijpelijk had bewezen verklaard dat de uitkering volgens de WW was, en verwees de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.
De overige middelen, waaronder het gebruik van verklaringen voor bewijs en het ontbreken van een reactie op het verweer omtrent het type uitkering, werden verworpen. De Hoge Raad bevestigde daarmee grotendeels het vonnis, maar vernietigde het bewijs rond de uitkeringsgrondslag en verwees de zaak terug.
Uitkomst: Veroordeling bevestigd, maar bewijsvoering omtrent uitkering vernietigd en zaak terugverwezen.