ECLI:NL:PHR:1986:AD7438
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over uitlevering en politieke delicten in Nederlands-Brits Uitleveringsverdrag
In deze zaak gaat het om het verzoek tot uitlevering van een persoon aan het Verenigd Koninkrijk ter uitvoering van een strafrechtelijke veroordeling en vervolging. De rechtbank Amsterdam had de executieuitlevering voor twee feiten en vervolgingsuitlevering voor zeventien feiten ontoelaatbaar verklaard. De officier van justitie ging hiertegen in cassatie bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad bespreekt de uitleg van het Nederlands-Brits Uitleveringsverdrag, met name de vraag of het veroorzaken van een explosie als een uitleverbaar delict kan worden aangemerkt, en oordeelt dat dit niet op de waslijst staat maar onder de algemene regel valt mits aan de wettelijke vereisten is voldaan. Ook wordt geoordeeld dat Nederland zich historisch beperkt heeft tot pure brandstichting en het veroorzaken van een explosie niet gelijkgesteld kan worden.
Verder behandelt de Hoge Raad de vraag of bepaalde feiten als politieke delicten kunnen worden aangemerkt. De rechtbank had dit aangenomen, maar de Hoge Raad vindt dat de motivering onvoldoende is en dat het vertrouwen in de rechtsstaat van het Verenigd Koninkrijk vereist dat dergelijke daden niet snel als politiek delict worden erkend. De Hoge Raad beveelt nader onderzoek en hoorzitting van de gerequireerde alvorens tot uitlevering te beslissen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en beveelt nadere behandeling met hoorzitting van de gerequireerde.