Conclusie
kunnenworden onttrokken verklaard aan het verkeer; het schrijft voor dat die voorwerpen worden onttrokken verklaard.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak betrof het een klacht tegen het hof dat het vonnis van de rechtbank bevestigde waarin een maatregel van onttrekking aan het verkeer van twee inbeslaggenomen voorwerpen, te weten cocaïne en hashish, was opgelegd. De rechtbank had zonder nadere motivering deze voorwerpen onttrokken verklaard op grond van artikelen 33b en 36b Sr en artikel 13a van de Opiumwet.
Het hof vulde de motivering aan met een verwijzing naar de aard van de middelen als bedoeld in de Opiumwet, maar gaf geen nadere redenen waarom aan de in de artikelen 36c of 36d Sr gestelde voorwaarden voor onttrekking was voldaan. Dit voldeed niet aan de vereisten van artikel 359 lid 5 in Pro verbinding met artikel 415 Sv Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat de motivering van het hof ontoereikend was en dat niet duidelijk was aan welke beperkende voorwaarden voor onttrekking was voldaan. Dit is in lijn met eerdere jurisprudentie waarin het belang van een deugdelijke motivering bij onttrekking aan het verkeer is benadrukt.
Daarom werd het bestreden arrest vernietigd en de zaak verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling, waarbij een juiste motivering moet worden gegeven.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt verwezen naar een ander hof.