Conclusie
Nr. 7083
Huurprijs bedrijfsruimte
Parket, 16 december 1986
nu definitiefvastgesteld dat de BHAC bij hoe eerste advies "ten onrechte de winkelpaden [a-straat 2] en [a-straat 3] als vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse in aanmerking heeft genomen en dat ten onrechte de kantonrechter de commissie daarin is gevolgd" terwijl zij aan vorenvermeld bewijsaanbod als "niet meer ter zake dienende" voorbijging.
dat het er naar uitzagdat de kantonrechter winkelpanden als vergelijkbare objecten had aangemerkt. En iedereen weet dat het aanschijn van mensen en dingen bedrieglijk kan zijn. Was dat ook werkelijk
ten onrechtegebeurd? (dat het gebeurd was, staat natuurlijk buiten twijfel).
Daaroverheeft de Rechtbank pas bij haar eindbeschikking uitdrukkelijk en zonder voorbehoud beslist: ja, dat had de kantonrechter ten onrechte gedaan.
dathet pand een bouwkundige indeling heeft die het geëigend maakt tot gebruik als horecabedrijf en
datin verband met die bouwkundige indeling destijds een huurprijs is overeengekomen die aanzienlijk lager was dan van overigens vergelijkbare winkelbedrijfsruimte
terwijldie situatie zich ook thans nog onverminderd voordoet.
en alléén omdatde bouwkundige indeling anders was terwijl die, gehandhaafde, andere bouwkundige indeling, ook nu bewerkstelligt
nietdat de beslissing wordt "teruggedraaid" voor zover die inhoudt dat het onderhavige object wat huurprijs betreft niet vergelijkbaar is met objecten, die daarvan verschillen wat bouwkundige indeling betreft,
bestemmingvan het pand, dan nog zou bij een huurprijsherziening als waarvan thans sprake is, de huurprijs moeten worden vastgesteld door vergelijking met vergelijkbare bedrijfspanden.
Alsdaartoe mede de winkels behoren zouden, dan zou de (hogere) huurprijs daarvan mede de nieuwe huurprijs van het restaurant bepalen, ook al was bij de indertijd overeengekomen huurprijs daar opzettelijk naar beneden van afgeweken (HR 15 juli 1986, R.v.d.Week, 1986 nr. 146).
bij de Hoge Raad der Nederlanden