Conclusie
Korte beschrijving van de zaak.
De toepasselijke bepalingen naar eenzijdig Nederlands recht.
De toepasselijke bepalingen naar het recht van België en Nederland.
De toelichting van het Verdrag met België.
Conclusie.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een belanghebbende die in Nederland woonde en een aanmerkelijk belang had in een Nederlandse vennootschap, waarna hij naar België verhuisde. Na zijn emigratie verkocht hij aandelen en ontstond discussie over de vraag of de winst uit deze verkoop in Nederland belastbaar was.
Het geschil spitste zich toe op de uitleg van de belastingwetgeving en het belastingverdrag tussen Nederland en België, met name op de vraag of de winst uit aanmerkelijk belang na emigratie nog in Nederland belast kon worden. Het hof had de zaak eerder ten nadele van de belanghebbende beslist.
De Hoge Raad oordeelde dat de bepalingen van het belastingverdrag en de Nederlandse wetgeving duidelijk maken dat Nederland belasting mag heffen over de winst uit aanmerkelijk belang, ook als de belanghebbende in de vijf jaar voorafgaand aan de verkoop in Nederland heeft gewoond en het belang in die periode bestond. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de uitspraak van het hof.
De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukte dat de taalkundige uitleg van het verdrag en de wetgeving geen gelijktijdigheid van verblijf en aanmerkelijk belang vereisen, maar dat het volstaat dat beide elementen in het tijdvak van vijf jaar aanwezig zijn geweest. Dit voorkomt belastingvlucht door emigratie voorafgaand aan verkoop van aandelen.
De uitspraak bevestigt de reikwijdte van het Nederlandse belastingrecht en het verdrag met België ter voorkoming van dubbele belasting en belastingontwijking.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de winst uit aanmerkelijk belang blijft in Nederland belastbaar.