Conclusie
Nr. 83.773
Zitting 10 augustus 1988
[verdachte]
Parket bij de Hoge Raad
In deze strafzaak werd de verdachte veroordeeld voor mishandeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en een civiele schadevergoeding. Het hof stelde vast dat de verdachte geen beroep had gedaan op een relevante noodweeromstandigheid, namelijk de vrees voor een aanval van het slachtoffer, maar slechts reageerde op een enkele schop.
Het hof concludeerde dat er geen sprake was van een verdediging tegen een te verwachten aanval en daarom ook geen noodweerexces. Een mogelijke spontane reactie door schrik of paniek werd niet aannemelijk geacht. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing, stellende dat het hof ten onrechte het beroep op noodweerexces had verworpen.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep ongegrond was omdat het hof terecht had vastgesteld dat het beroep op noodweerexces onvoldoende was onderbouwd. Het cassatiemiddel werd verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: Het beroep op noodweerexces werd verworpen en de veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf bevestigd.