Conclusie
Ad e en f.
f.
Parket bij de Hoge Raad
De curator van drie gefailleerde vennootschappen vordert betaling van bedragen die Otex, als bevrachter en gevolmachtigde, namens deze vennootschappen ontving. Otex voert compensatie aan op grond van art. 53 Faillissementswet Pro, stellende dat de schuldplichtigheid voortvloeit uit handelingen vóór faillissement.
Rechtbank en hof verwerpen dit verweer omdat de schuldplichtigheid van Otex pas ontstond bij ontvangst van gelden na faillietverklaring. De Hoge Raad bevestigt dat compensatie niet mogelijk is als de schuld is ontstaan door een rechtshandeling na faillietverklaring, ook al berust de betaling op een volmacht die vóór faillissement is gegeven.
De Hoge Raad benadrukt dat bescherming van de boedel inhoudt dat betalingen die na faillissement via een schuldeiser lopen, niet ten koste mogen gaan van de boedel. De zaak wordt afgedaan met verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het beroep op compensatie op grond van art. 53 Faillissementswet wordt verworpen voor bedragen ontvangen na faillietverklaring.