Conclusie
De ontvankelijkheid van het beroep in cassatie.
Korte beschrijving van de inhoudelijke kant van de zaak.
Verlies uit aanmerkelijk belang.
De ontwikkeling van de rechtsstrijd.
De bestreden uitspraak.
Beschouwingen.
Conclusie.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft de vraag of een verlies van 20% van het verschil tussen verkrijgingsprijs en gestort kapitaal als verlies uit aanmerkelijk belang kan worden verrekend bij de inkomstenbelasting 1986 van de belanghebbende. Deze had in 1977 aandelen verworven in een B.V. die in 1985 failliet werd verklaard en in 1987 werd ontbonden zonder uitkering op de aandelen. De aandelen werden in 1986 voor een symbolisch bedrag aan de zoon van de belanghebbende verkocht.
Het geschil spitst zich toe op de uitleg van artikel 60 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964, in samenhang met artikel 59, die betrekking hebben op verliesverrekening bij aanmerkelijk belang. De belanghebbende stelt dat het verlies fiscaal moet worden erkend, ondanks dat er geen liquidatie-uitkering is geweest, omdat de verkoop aan zijn zoon een reële overdracht was.
De Inspecteur betwist dit en stelt dat de verkoop geen reële praktische betekenis had en dat de wetgever bewust geen regeling heeft getroffen voor verliesverrekening bij ontbinding zonder liquidatie-uitkering. Het hof oordeelde ten nadele van de belanghebbende, maar de Hoge Raad vernietigt dit oordeel en stelt dat de verliesverrekening wel toekomt, ook als de verkoop uitsluitend gericht was op belastingbesparing.
De Hoge Raad benadrukt dat doel en strekking van artikel 60 Wet Pro IB 1964 zijn dat verliezen in aanmerking worden genomen waar winsten worden belast, en dat de wetgever geen bezwaar had tegen transacties tussen familieleden mits de overdrachtsprijzen reëel zijn. De uitspraak bevestigt dat verlies uit aanmerkelijk belang ook bij ontbinding na faillissement fiscaal relevant is, ondanks het ontbreken van een liquidatie-uitkering.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en bepaalt dat het verlies uit aanmerkelijk belang bij ontbinding na faillissement fiscaal in aanmerking moet worden genomen.