ECLI:NL:PHR:1990:8
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Fietspad naast rijbaan vormt geen ‘dezelfde weg’ in verkeersrechtelijke context
De officier van justitie te Alkmaar ging in cassatie tegen het vonnis van de kantonrechter die een bestuurder ontsloeg van alle rechtsvervolging wegens een vermeende overtreding van artikel 46 van Pro het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV). De kantonrechter had vastgesteld dat de bestuurder afsloeg zonder zich ervan te vergewissen dat een bromfiets op het naastgelegen fietspad naderde, maar oordeelde dat het fietspad niet tot dezelfde weg als de rijbaan behoorde. Hierdoor was er geen strafbaar feit.
De kantonrechter motiveerde dat de voorrangsregels zoals aangegeven met verkeersborden en de fysieke ligging van het fietspad erop duidden dat het fietspad geen voorrang had en dus niet als onderdeel van dezelfde weg kon worden beschouwd. Dit oordeel was gebaseerd op feitelijke waardering van de situatie, ondersteund door foto's en verkeersborden.
De Hoge Raad stelde vast dat het ontslag van rechtsvervolging feitelijk neerkomt op een vrijspraak, en dat het Openbaar Ministerie tegen een zuivere vrijspraak niet in cassatie kan komen. De feitelijke beoordeling van de kantonrechter over de wegindeling is niet vatbaar voor cassatie, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een feitelijke vrijspraak.