Conclusie
Het misdrijfopzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod"
Gevangenisstrafvoor de duur van één maand".
dat evenwel volgens de artt. 56 en 58 Wet R.O. tegen het vonnis van den Politierechter hoger beroep niet open stond, zodat het Hof den Officier van Justitie en requirant in hun beroep niet-ontvankelijk had moeten verklaren en het verder door requirant aangevoerde buiten bespreking kan blijven;’’
opzettelijkheeft verkocht, althans verstrekt aan [betrokkene 1] en/of een of meer andere personen, althans aan (een) ander(en), althans (telkens)
opzettelijkaanwezig heeft gehad, (telkens) een hoeveelheid of hoeveelheden van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd), zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;