ECLI:NL:PHR:1990:AD1172
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onjuiste betekening dagvaarding aan verdachte in Frankrijk
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de dagvaarding aan een verdachte die in Frankrijk woont, rechtsgeldig was betekend. De dagvaarding was per gewone post rechtstreeks naar het Franse adres van de verdachte verzonden, terwijl Frankrijk een voorbehoud had gemaakt onder art. 7 EVR Pro dat een termijn van 30 dagen in acht moet worden genomen.
De verdediging klaagde in cassatie over de betekening, maar deze klacht was tardief omdat de raadsman in hoger beroep de gelegenheid had gehad dit aan het hof kenbaar te maken. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof ten onrechte niet had vastgesteld dat de verdachte op een andere wijze kennis had genomen van de dagvaarding. Omdat niet aannemelijk was dat de verdachte de dagvaarding kende, had het hof de dagvaarding nietig moeten verklaren.
Daarnaast werd geoordeeld dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het verzoek van de raadsman om het woord te voeren werd afgewezen, terwijl de verdachte zich wegens verblijf in Frankrijk en financiële beperkingen niet kon laten vertegenwoordigen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verklaarde de dagvaarding nietig, waarmee de procedure opnieuw moet worden gestart met een juiste betekening.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart de dagvaarding nietig wegens onjuiste betekening aan de verdachte in Frankrijk.