Conclusie
Middel 1
Middel 2
Middel 3
Conclusie
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen de gemeente en N.V. [X] over de heffing van gemeentelijke onroerend-goedbelasting voor een transformator- en schakelstation. De gemeente stelde dat de werktuigenvrijstelling niet van toepassing was op bepaalde apparatuur, terwijl de [X] dit betwistte. Het hof stelde de [X] in het gelijk en bepaalde de heffingsgrondslag lager dan de gemeente had vastgesteld.
De gemeente stelde cassatie in tegen het oordeel van het hof en voerde drie middelen aan, waaronder dat de werktuigenvrijstelling in strijd zou zijn met artikel 273 van Pro de gemeentewet en dat de installatie als een eenheid moest worden gezien. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat de werktuigenvrijstelling niet onverbindend is en dat de gemeente zich daar niet op kan beroepen.
De Hoge Raad benadrukte dat de werktuigenvrijstelling een materiële waarderingsregel is die voorkomt dat roerende werktuigen die met het onroerend goed verbonden zijn, worden belast. Apparatuur zoals isolatoren, steunisolatoren en klemmen vallen onder deze vrijstelling omdat zij uitsluitend dienstbaar zijn aan de stroomdraden, die ook onder de vrijstelling vallen. De uitspraak bevestigt de geldigheid van de werktuigenvrijstelling en de toepassing daarvan op complexe installaties zoals schakelstations.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de geldigheid en toepassing van de werktuigenvrijstelling.