Conclusie
kanhet geval zijn wanneer de kantonrechter nalaat deskundigen te horen, bv. wanneer hij wel de andere partij de gelegenheid heeft gegeven deskundige opinies in het geding te brengen. Het gaat evenwel te ver om elk verzuim van de kantonrechter om deskundigen te horen, los van het evenwicht tussen pp., als schending te zien van genoemd beginsel. Zou men die weg inslaan, dan zou moeilijk zijn in te zien waarom het passeren van een aanbod van bewijs door getuigen niet eveneens schending van het beginsel van hoor en wederhoor zou opleveren. En dat zou er op zijn beurt toe kunnen leiden dat verschil in waardering van de reeds vastgestelde feiten tussen ktr. en rb. tot appellabiliteit van de beschikking zou leiden, een resultaat dat mij strijdig lijkt met art. 1639w en onverenigbaar met de strekking van de jurisprudentie van de HR. Daarin staat immers centraal dat het ontbreken van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak moet kunnen leiden tot de mogelijkheid van correctie. Verschil van inzicht in de betekenis van overgelegd bewijsmateriaal behoort de hogere rechter er evenwel niet toe te leiden over het appelverbod heen te springen.