Conclusie
De Staat der Nederlanden
[eiser 2]
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak staat centraal of een officier van justitie bevoegd is om tijdens een gerechtelijk vooronderzoek het vrij verkeer tussen een verdachte en diens raadsman te beperken, en of deze officier persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld voor onrechtmatig handelen.
De feiten betreffen een besluit van een piket-officier van justitie om het contact tussen de verdachte en diens raadsman te beperken tijdens een gerechtelijk vooronderzoek naar vermoedelijke strafbare feiten. De rechtbank had geoordeeld dat alleen de rechter-commissaris bevoegd is tot dergelijke beperkingen en stelde tevens persoonlijke aansprakelijkheid van de officier vast wegens onzorgvuldig handelen.
De Hoge Raad bevestigt dat de bevoegdheid tot het treffen van beperkende maatregelen tijdens een gerechtelijk vooronderzoek exclusief bij de rechter-commissaris ligt, ook als er een parallel lopend opsporingsonderzoek is. Praktische overwegingen en eerdere jurisprudentie ondersteunen deze uitleg. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat persoonlijke aansprakelijkheid van een officier van justitie alleen kan worden aangenomen indien sprake is van opzettelijk of willekeurig handelen, en niet bij een verkeerde inschatting van bevoegdheden.
De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het gerechtshof voor verdere beoordeling, waarbij nader moet worden vastgesteld of de officier uit boos opzet of willekeur heeft gehandeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor verdere beoordeling van de persoonlijke aansprakelijkheid van de officier van justitie.