ECLI:NL:PHR:1991:5

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
3 september 1991
Publicatiedatum
3 oktober 2019
Zaaknummer
89.415
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 lid 1 SvArt. 378 lid 2 SvArt. 348 SvArt. 350 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest hof wegens niet-naleving beraadslagsvoorschrift art. 422 lid 1 Sv

In deze zaak heeft het gerechtshof te Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte veroordeeld wegens weigering van de bloedproef. Het hof had volgens art. 422 lid 1 Sv Pro moeten beraadslagen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Uit het proces-verbaal en het arrest bleek echter niet dat het hof aan deze verplichting had voldaan.

De Hoge Raad stelt vast dat het hof de regel van art. 422 lid 1 Sv Pro niet in acht heeft genomen, wat leidt tot nietigheid van het bestreden arrest. Het hof kon bovendien niet in het proces-verbaal aantonen dat het beraadslagen overeenkomstig het voorschrift had plaatsgevonden, omdat het proces-verbaal niet bedoeld is om de beraadslagingen na de terechtzitting vast te leggen.

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak voor nieuwe behandeling naar een ander hof. Hiermee wordt het belang van correcte naleving van procedurevoorschriften in hoger beroep benadrukt om de rechtsgeldigheid van het vonnis te waarborgen.

Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd wegens niet-naleving van art. 422 lid 1 Sv en de zaak wordt verwezen voor nieuwe behandeling.

Conclusie

Nr. 89.415
Zitting 3 september 1991
Mr. Meijers
Conclusie inzake:
[verdachte]
Edelhoogachtbaar College,
Het gerechtshof te Amsterdam, enkelvoudige kamer, heeft bij arrest van 2 mei 1990 met vernietiging van het vonnis van de politierechter aldaar van 9 juni 1989 verzoeker wegens weigering van de bloedproef tot straffen veroordeeld. Tot de stukken van het geding behoort het proces-verbaal van de terechtzitting van de politierechter, waarin het mondeling vonnis is aangetekend op de wijze, bedoeld in art. 378 lid 2 Sv Pro. (Daarin verschilt deze zaak van die in HR 27 januari 1987, NJ 1987, 886, nt. ThWvV.) Voor de behandeling in hoger beroep betekent dit dat de regel van art. 422 lid 1 Sv Pro geldt: het hof had over de vraagpunten van de artt. 348 en 350 Sv (vgl. HR 12 november 1957, NJ 1958, 371; Krabbe, Verzet en hoger beroep in strafzaken, p. 207) moeten beraadslagen naar aanleiding zowel van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep als van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Over de betekenis van die regel: Melai, aant. 1 op art. 422.
In het middel wordt terecht opgemerkt dat ervan moet worden uitgegaan dat het hof de regel van art. 422 lid 1 Sv Pro niet in acht heeft genomen, nu van die inachtneming uit het proces-verbaal van de terechtzitting van het hof noch uit het arrest van het hof blijkt. Het geconstateerde verzuim leidt tot nietigheid van het bestreden arrest.
Het middel gegrond achtend, concludeer ik dat de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof te Amsterdam zal vernietigen en de zaak voor een nieuwe behandeling en berechting zal verwijzen naar een aangrenzend hof.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,