ECLI:NL:PHR:1991:9
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Huurrechtelijke beoordeling van vereniging als huurder van woonruimte
Eiseres tot cassatie vorderde ontruiming van een flatwoning, stellende dat geen huurovereenkomst met de bewoners bestond en dat zij de woning zonder recht bezetten. Verweersters stelden dat een vereniging, bestaande uit de bewoonsters, de huurder was. De rechtbank verwierp dit verweer wegens gebrek aan bewijs van het bestaan van de vereniging en een huurovereenkomst met eiseres.
In hoger beroep stelde het hof vast dat de vereniging als zodanig bestond en door eiseres was aanvaard als huurder, mede gelet op correspondentie over huurbetalingen en voorzieningen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank met verbetering van gronden en oordeelde dat de huurrechten aan de vereniging toekomen.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep berust op een verkeerde lezing van het arrest en dat het hof zowel het bestaan van de vereniging als de aanvaarding door eiseres bevestigend heeft beantwoord. Het beroep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en de huurrechten komen toe aan de vereniging als huurder.