Conclusie
Onderdeel 1klaagt erover dat de geneeskundige verklaring niet door de geneesheer-directeur ondertekend is, dan wel dat onbegrijpelijk is dat die verklaring geacht moet worden van hem afkomstig te zijn en dat degene die ondertekend heeft niet kan worden beschouwd als de in art. 1 lid 3 BOPZ Pro bedoelde persoon.
Onderdeel 2klaagt dat het oordeel van de rechtbank, dat ook na afloop van de geldigheidsduur van de lopende machtiging sprake zou zijn van een gevaar, niet juist dan wel onbegrijpelijk en in ieder geval onvoldoende gemotiveerd is.
- Ontwikkelingsstoornis bij kinderen
- Aangifte politie
- Sociaal en maatschappelijk disfunctioneren waarbij zij zich in deze opzichten kan ruineren’’.