Conclusie
Nr. 15.378
Zitting 9 december 1994
Onderdeel 1van het middel keert zich met een motiveringsklacht tegen r.o. 15 van het bestreden arrest. De verwijzing in r.o. 15 naar r.o. 4 zou geen begrijpelijke motivering opleveren van het in r.o. 15 uitgesproken oordeel.
Onderdeel 2bestrijdt vervolgens dit oordeel van het hof met een rechtsklacht (onder
a) en, subsidiair, een motiveringsklacht (onder
b).
Onderdeel 3van het middel bouwt voort op de eerder aangevoerde klachten en moet het lot daarvan delen.
onderdelen 1 en 2werpt
onderdeel 3van het in het incidenteel beroep voorgestelde cassatiemiddel een aantal klachten op tegen de behandeling door het hof van het door Kijlstra aangevoerde verweer dat de vorm van de dreentegel geen onderscheidend vermogen heeft.
3.1) dat het hof ten onrechte tot uitgangspunt heeft genomen dat Kijlstra dit verweer enkel heeft gebouwd op de stelling dat de dreentegel niet meer is dan een nabootsing van de tegel volgens het Engelse octrooischrift.
3.3aangevoerde klacht, - dat het hof heeft nagelaten - ook los van de Engelse tegel - gemotiveerd te beslissen of de tegel van Zoontjens onderscheidend vermogen heeft, feitelijke grondslag mist.
3.4) dat het hof in r.o. 12, 13 en 14 heeft miskend dat het niet relevant is of een bepaalde vorm al dan niet
bekendis uit het Engelse octrooischrift, maar of die vorm
kenbaaris.
Onderdeel 4klaagt (onder 4.1) dat het hof in r.o. 11 zonder enige feitelijke instructie heeft aangenomen dat Kijlstra de tegel van Zoontjens heeft nagebootst, zulks terwijl Kijlstra dit had ontkend.
4.1) over de overweging van het hof (r.o. 17)
4.2opgeworpen klacht bouwt voort op de zojuist besproken klacht en zal het lot daarvan moeten delen.
Onderdeel 5keert zich met twee klachten tegen r.o. 18 van het bestreden arrest.
Onderdeel 6komt met een rechtsklacht op tegen r.o. 19 van het bestreden arrest en beroept zich daarbij op een citaat van prof. Verkade.
Onderdeel 7bouwt voort op onderdeel 6 en zal het lot daarvan moeten delen.
Onderdeel 8keert zich tegen r.o. 11 van 's hofs arrest.
conclusiestrekt, zowel in het principaal beroep als in het incidenteel beroep, tot verwerping.