Conclusie
eerstemiddel houdt primair in dat het hof ten onrechte de inleidende dagvaarding voor wat betreft het onder 1 telastegelegde niet heeft nietig verklaard. Subsidiair bevat het de klacht dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het onder 1 bewezenverklaarde het in art. 242 WvSr Pro omschreven strafbare feit (verkrachting) oplevert.
“[slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit sexueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] te weten het vingeren en/of beffen van die [slachtoffer]”.
tweedemiddel houdt in dat het hof ten onrechte het bewezenverklaarde, voor zover inhoudende dat verzoeker
derdemiddel houdt in dat het hof het verzoek tot heropening van het gerechtelijk vooronderzoek ten onrechte, althans op ontoereikende gronden heeft afgewezen.