Conclusie
verdenkingvan afpersing ruim 200 dagen preventief vastgezeten. Zijn advocaat vroeg voor hem bij het hof een schadevergoeding aan van iets meer dan dertig duizend gulden. Art. 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering biedt daartoe een eigen, snelle en eenvoudige mogelijkheid. In dat verzoek werd [eiser] echter niet-ontvankelijk verklaard. Reden: het verzoekschrift was wel namens [eiser] door diens advocaat ondertekend, maar niet ook door [eiser] zelf. Ze hebben het in de krant veel over vormfouten waarvan misdadigers profiteren. Hier zien we dat een vrijgesprokene de dupe wordt van een vorm-eis, die overigens pas onlangs, niet door de wet maar door de rechtspraak in het leven is geroepen. (H.R. 1 september 1987 NJ 1988, 194) Ik kwam bovendien voor de vraag te staan of de rechtspraak ook niet in zoverre een meer menselijk gelaat zou kunnen laten zien, dat zij, in dergelijke gevallen, de betrokkene in staat stelt
zijnvormfout te herstellen.
diestraf moest [eiser] nog ongeveer 200 dagen uitzitten toen hij het Koninkrijk der Nederlanden op zekere dag vaarwel zei. Hem werd daarna van staatswege aangeboden dat hij voor
dietweehonderd dagen gratie zou krijgen als hij elke eis tot schadevergoeding wegens het ondergaan van de eerste 200 dagen daartegen zou afstrepen. Dat aanbod werd gedaan toen de beslissing dat [eiser] niet-ontvankelijk was in zijn op art. 89 Sv Pro. gebaseerd verzoek reeds genomen en dus onherroepelijk was. [eiser] weigerde op dat aanbod in te gaan. Begrijp ik het goed dan beschouwde hij de aangeboden compensatie als een mooi verpakte doos, waarin echter geen cadeau zat. Die tweede tweehonderd dagen zou de Nederlandse justitie immers toch niet ten uitvoer kunnen leggen omdat hij, terug in zijn geboorteland, niet naar Nederland uitgeleverd zou kunnen worden en (zo denk ik) uit zich zelf niet gemakkelijk in Nederland vakantie zal komen vieren. Maar wat hieruit wel volgt is, dat de Staat ondanks de afloop van de art. 89 Sv Pro. procedure, of wellicht juist wegens die afloop, het redelijk achtte aan [eiser] een wezenlijke schadevergoeding aan te bieden. Lichtjes kwaadaardig zou je kunnen zeggen, dat de Staat daardoor toonde een slecht geweten te hebben, waarbij ik er stilzwijgend van uitga dat staten gewetens hebben. Liever zou ik willen volstaan met te zeggen:
hierinprijs ik de Staat (der Nederlanden).
ikmijvoortdurend bewust zijn) dat het er in het geheel niet toe doet dat uit een latere veroordeling van [eiser] blijkt, dat hij geen onschuldige engel is.
Bij en rond vraag A:
alszijn vrijheidsbeneming in de vorm van voorlopige hechtenis (want daar gaat het in art. 89 Sv Pro. over) jegens hem een onrechtmatige daad van de Staat oplevert, vrij kan kiezen: actie gegrond op art. 89 Sv Pro. of actie gegrond op onrechtmatige daad, staat door dit arrest buiten twijfel.
Alshier, overeenkomstig de opvatting vermeld onder nr. 21 van deze conclusie, sprake is van
rechtmatigoverheidshandelen dan zal de gewone actie uit onrechtmatige daad per definitie moeten stranden. Er wordt wel gesproken over schadevergoeding
wegensrechtmatig overheidsoptreden, maar dat is eigenlijk onzin. Het kan hoogstens zijn: schadevergoeding
ondanksrechtmatig overheidsoptreden. Art. 89 Sv Pro geeft daar in de opvatting omschreven onder nr. 21 een frappant voorbeeld van. Verder dient men, dunkt mij, in deze constructie niet te gaan.
daaromniet zou kunnen terugvallen op een gewone civiele actie. Zo was het vroeger in elk geval ook zo dat wie de termijn van een jaar van art. 1416 BW Pro liet voorbijgaan een actie uit gewone onrechtmatige daad kon instellen en niet-ontvankelijkheid wegens overschrijding van de termijn van art. 31 Wegenverkeerswet Pro belemmert niet het instellen van een op onrechtmatige daad stoelende vordering terzake.
Bij en rond vraag B:
rechtspraak. Zie H.R. 1972, 137 en H.R. 1979, 204 waarin de volgende eis in formule-vorm vervat is:
rechtsbeginsel? Kun je hier spreken van een oneerlijke en partijdige behandeling van de zaak. Ik zeg nee, hier is iets heel anders in het spel. Iets wat ongewenst is, maar elke niet juiste uitspraak van rechters is nu eenmaal ongewenst evenals iedere foutieve behandeling van de zieke door een geneesheer. Maar die laatste is, zo hoor ik al, in geval van een grove beroepsfout wel degelijk aansprakelijk. Dan komen we echter op een ander terrein: de persoonlijke aansprakelijkheid van de rechter. Hierover S.C.J.J. Kortmann, Intreerede 1985, Kluwer: De civielrechtelijke aansprakelijkheid voor onjuiste wetsuitleg.
daardoordoor [eiser] geleden schade. Die vordering heeft de rechtbank (r.o. 10) afgewezen op gronden die gelijk lopen met die welke ik in deze conclusie onder B heb ontwikkeld.
eerste middel(bladzijde 3 en 4) acht ik niet gegrond.
derde middelin het cassatie-beroep van [eiser] richt zich tegen rechtsoverweging 19 uit het arrest van het hof en met name tegen deze passage daarin:
vierde middel(blz. 9–10) richt zich tegen de inderdaad opvallende overweging onder nr. 19, 2e alinea van het arrest, waarin wordt gezegd:
kunnentoekennen in een art. 89 Sv Pro-zaak, is uitgesloten.
vijfde middel(blz. 10–12) richt zich tegen rechtsoverweging 7 uit het arrest van het hof.
Middel zes(blz. 12–16) richt zich met een rechtsklacht en een motiveringsklacht tegen rechtsoverweging 27 uit het arrest van het hof.