ECLI:NL:PHR:1994:AB7528
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor betrokkenheid bij cocaïnesmokkel en bevrijding uit Huis van Bewaring
Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij arrest van 4 januari 1993 het vonnis van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam vernietigd en de verdachte veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf wegens diverse misdrijven, waaronder betrokkenheid bij een cocaïnelijn tussen Colombia en Nederland en de bevrijding van twee personen uit het Huis van Bewaring te Arnhem.
De verdachte stelde beroep in cassatie in, waarbij vier middelen werden voorgesteld. Het eerste middel betrof de beslissing van het hof om geen bevel tot gijzeling van een getuige te geven, welke door de Hoge Raad als toereikend gemotiveerd werd beoordeeld. Het tweede middel klaagde over het ontbreken van bewijs voor het binnenbrengen van circa 20 kilogram cocaïne in Nederland, wat door de Hoge Raad als een schrijffout werd aangemerkt en ambtshalve gecorrigeerd.
Het derde middel betrof de bruikbaarheid van verklaringen van weigerachtige getuigen, waarbij de Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie en het oordeel van het hof bevestigde. Het vierde middel betrof de kwalificatie van het feit van bevrijding uit het Huis van Bewaring als meermalen gepleegd, hetgeen door de Hoge Raad ambtshalve werd hersteld.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest slechts voor wat betreft de benaming van het onder 6 bewezene en verwierp het beroep voor het overige, waarmee de veroordeling van tien jaar gevangenisstraf in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot tien jaar gevangenisstraf met ambtshalve herstel van de kwalificatie van het bevrijdingsfeit.