ECLI:NL:PHR:1994:AC1452
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over ontvankelijkheid en termijnoverschrijding administratieve sanctie parkeren
In deze zaak staat centraal of de officier van justitie ontvankelijk is in zijn cassatieberoep tegen een beslissing waarbij de kantonrechter de vernietiging van een administratieve sanctie wegens overschrijding van de termijn voor toezending heeft uitgesproken. De sanctie betrof het parkeren op de stoep, geconstateerd op 30 oktober 1992, met een beschikking gedateerd 12 februari 1993.
De Hoge Raad stelt vast dat het enkele feit dat de officier van justitie in zijn opmerkingen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beschikking, niet betekent dat hij niet ontvankelijk is in cassatie. Vervolgens wordt de termijn van drie maanden voor toezending van de beschikking, zoals voorgeschreven in art. 4.2 WAHV, besproken. Hoewel deze termijn niet expliciet aan een sanctie is verbonden, moet deze worden gezien als een waarborgnorm om onaanvaardbare vertraging te voorkomen.
De Hoge Raad benadrukt dat overschrijding van deze termijn slechts tot vernietiging van de beschikking leidt indien de betrokkene daardoor rechtstreeks is geschaad in een rechtens te respecteren belang. In deze zaak was de overschrijding dertien dagen en is geen schade gesteld of gebleken. De kantonrechter heeft daarom onjuiste rechtsopvatting gehuldigd door de beschikking te vernietigen. De zaak wordt terugverwezen voor heroverweging met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beslissing van de kantonrechter wegens onjuiste rechtsopvatting over termijnoverschrijding en onvoldoende motivering en wijst de zaak terug.