Conclusie
het gedingzoals dat aanhangig is gemaakt en zich voltrekt voor een bepaalde rechter. Van oorsprong duidde het op het aanhangig maken, het aanleggen van de zaak maar daarnaast kreeg het de betekenis van het gehele geding [7] . Wij gebruiken daarom als synoniem ook wel ‘’aanleg’’, wat dezelfde betekenissen heeft.
instantie’’. Het titelopschrift ‘’De la péremption’’ wordt vertaald met ‘’Van het vervallen van aanleg (
peremptio instantiae)’’. De ‘’désistement’’ van art. 402 Code Pro de procédure civile, werd vertaald met ‘’het afstaan van een regtszaak’’. In ons wetboek heet het in art. 277 ‘’afstand van instantie’’, gelijk ook de art. 75 en Pro 279 van ‘’instantie’’ spreken en niet over ‘’aanleg’’ [9] . Over de moderne Franse bepalingen kom ik nader hieronder te spreken.
rechtsgangaan te duiden die zich in een geding voordoet. Daaronder viel ook de cassatieprocedure. Sterk [14] noemt de instantie ‘’de aanleg waarin het geding zich bevindt’’ [15] . Dit is ook af te leiden uit HR 10 augustus 1983, NJ 1984, 182 (m.nt. P.A. Stein). Daarin wordt de regel neergelegd dat na cassatie en verwijzing de appelinstantie voortgezet wordt, onvoltooid is [16] . Ten slotte verstaat H. Stein [17] onder ‘’instantie’’: een fase in de procedure beginnend met het inleidend gedingstuk (dagvaarding) en eindigend met een rechterlijke uitspraak.
tenuitvoerleggingdaarvan hoogstens
schorst. Het aanwenden van het rechtsmiddel doet dus aan de rechtskracht van het bestreden vonnis geen afbreuk, ook al is het niet onherroepelijk, is het nog niet in kracht van gewijsde gegaan.
voortzettingvan de met de inleidende dagvaarding begonnen instantie maar als een op basis van het verzet opnieuw begonnen procedure in eerste aanleg. De partijen blijven echter gebonden aan hun oorspronkelijke rol, zodat de opposant de gedaagde is en de geopposeerde de eiser, hetgeen o.m. gevolgen kan hebben voor de verdeling van de bewijslast. Men zie de art. 572 lid Pro 1, 576 en 577 NCPC:
Belgischerecht (zie art. 1047–1049 Gerechtelijk Wetboek) wijkt m.b.t. het verzet in essentie niet af van het Franse en Nederlandse recht [32] . Het verzet wordt gezien als rechtsmiddel (het wordt in het Gerechtelijk Wetboek geregeld in titel II van Boek III over rechtsmiddelen), het doet niet het verstekvonnis teniet maar schorst zijn ten uitvoerlegging (art. 1397 Ger Pro.W.), behoudens de mogelijkheid dat de voorlopige tenuitvoerlegging is bevolen. Het verzet bewerkstelligt een nieuwe behandeling door de rechter die het verstekvonnis heeft gewezen. Het debat tussen partijen kan slechts een voortzetting van de eerste behandeling zijn [33] .
Duitseequivalent van het verzet is de ‘’Einspruch’’ (§ 338 e.v. ZPO) [36] . Deze procedure wordt niet beschouwd als een rechtsmiddel. Maar het verstekvonnis (het ‘’Versäumnisurteil’’) blijft wel overeind totdat het is ‘’aufgehoben’’ [37] . Volgens § 342 ZPO wordt door de Einspruch ‘’der Prozess, soweit der Einspruch reicht, in die Lage zurückversetzt, in der er sich voor Eintritt der Versäumnis befand’’. Dit wil zeggen dat het proces ‘’ohne Rücksicht auf das Versäumnisurteil’’ voortgezet wordt. Het gerecht is dus, anders dan § 318 ZPO bepaalt ten aanzien van de binding van vonnissen, niet aan het verstekvonnis gebonden [38] . Wel blijkt uit § 340 lid 2 ZPO dat de Einspruch ook slechts een deel van het verstekvonnis kan betreffen.
doelheeft vernietiging van het verstekvonnis en
bewerkstelligtdat om dat doel te bereiken de met het verstekvonnis geëindigde instantie wordt voortgezet. Dat hybride karakter heeft het verzet minder in het Franse recht, waarin het rechtsmiddelkarakter lijkt te overheersen, terwijl het sterker lijkt te zijn in het Duitse recht, waarin het geen rechtsmiddel is.
voortzettingvan de instantie als gevolg van het instellen van het verzet. Maar dat de oppositie wat de
procesgangbetreft een voortzetting van het geding in eerste aanleg is, wil m.i. niet zeggen dat het verval van de instantie die in de oppositie wordt uitgesproken, ook het verval van het verstekvonnis ten gevolge moet hebben.