ECLI:NL:PHR:1995:17
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van conservatoir beslag op onroerende zaken van failliete rechtspersoon in strafzaak
In deze zaak staat centraal of conservatoir beslag ex art. 94a Sv op onroerende zaken van een failliete rechtspersoon toelaatbaar is in strafzaken tegen haar aandeelhouders. De curator van de failliete vennootschap betoogde dat het beslag onrechtmatig was omdat de rechtspersoon niet vereenzelvigd kan worden met haar aandeelhouders en bestuurders.
De rechtbank verwierp dit verweer en oordeelde dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat verhaal op de onroerende zaken mogelijk is, mede gelet op het voorlopige karakter van de procedure. De Hoge Raad stelde echter dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de rechtspersoon met haar aandeelhouders zou worden vereenzelvigd en dat conservatoir derdenbeslag op onroerende zaken niet is toegestaan volgens art. 718 jo Pro. 475 Rv.
Verder werd geoordeeld dat de curator niet ontvankelijk is in zijn beroep tegen het beslag dat reeds op last van de OvJ is opgeheven. Ook werd bevestigd dat de rechter-commissaris nog toestemming kan verlenen voor het leggen van conservatoir beslag nadat de strafzaak ter terechtzitting is aangebracht. De Hoge Raad verklaarde het beroep van de curator niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen het beslag ten einde de waarheid aan het licht te brengen, verklaarde het beklag gegrond en beval opheffing van de beslagen.
Uitkomst: Het beroep van de curator is niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen het beslag ten einde de waarheid aan de dag te brengen; het conservatoir derdenbeslag op onroerende zaken is onrechtmatig en wordt opgeheven.