Conclusie
tweedemiddel strekt ten betoge dat verzoeker niet veroordeeld had mogen worden omdat het bevel van de burgemeester niet rechtmatig is gegeven. In het bijzonder wordt opgekomen tegen het oordeel van de burgemeester dat er ten tijde van de afgifte van het bevel op 7 mei 1993 in de binnenstad van Amsterdam (nog steeds) sprake was van een "noodtoestand" als bedoeld in art. 219 van Pro de Gemeentewet. Het hof had moeten doen blijken van een onderzoek naar de juistheid van dit oordeel, aldus het middel.
derdemiddel betreft de duur van het verwijderingsbevel. Het bevel zich 14 dagen niet in de binnenstad, voor zover aangegeven op de bij het bevel behorende plattegrond, op te houden, zou in geen verhouding staan tot de gepleegde overtredingen.