ECLI:NL:PHR:1995:AA1555
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aftrekbaarheid schadevergoeding bij verkoop melkquotum in inkomstenbelasting
De zaak betreft een cassatieberoep van de erfgenamen van een landbouwondernemer (de Erflater) tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem over de fiscale behandeling van een schadevergoeding in de inkomstenbelasting 1989. De Erflater had in 1986 en 1987 melkquotumrechten verkocht, waarbij een deel van de opbrengst aan de verpachter, de gemeente, toekwam. In 1989 werd een schadevergoeding van ƒ 74.000,- aan de gemeente betaald wegens wanprestatie.
De centrale vraag was of deze schadevergoeding in 1989 in mindering gebracht mocht worden op het belastbare inkomen. Het hof had dit afgewezen, en de Hoge Raad bevestigt dit oordeel. De Hoge Raad stelt dat de schadevergoeding niet als aftrekbare last kan worden gezien omdat deze betrekking heeft op baten die niet tot de winst van de Erflater zijn gerekend in de jaren van verkoop. De resolutie van 1986, die een landbouwvrijstelling regelde, was van toepassing en maakte dat een deel van de opbrengst vrijgesteld was, maar dit betekent niet dat een latere schadevergoeding aftrekbaar is.
De Hoge Raad wijst ook het argument af dat gewijzigde resoluties de aftrekbaarheid zouden beïnvloeden, omdat de overgangsregeling duidelijk maakt dat de datum van overgang van melkquota bepalend is. De conclusie is dat het hof terecht de aftrek van de schadevergoeding heeft geweigerd en het cassatieberoep ongegrond is.
De uitspraak verduidelijkt de fiscale behandeling van schadevergoedingen in relatie tot melkquotumrechten en bevestigt dat dergelijke vergoedingen niet leiden tot aftrek van het belastbare inkomen als zij betrekking hebben op eerder vrijgestelde opbrengsten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de schadevergoeding niet aftrekbaar is van het belastbare inkomen 1989.