ECLI:NL:PHR:1995:AA1558
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing fraus legis bij art. 4-constructie en weigert vrijstelling overdrachtsbelasting
A B.V., een vennootschap die zich richt op beleggen in effecten en onroerende zaken, voerde een herstructurering uit waarbij effecten werden verkocht en onroerende zaken werden gekocht. Ter fiscale optimalisatie werd een pakket obligaties aangekocht en gefinancierd met een lening, met als doel de overdrachtsbelasting te ontwijken bij inbreng van aandelen in een andere vennootschap. De inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op, die deels werd gehandhaafd na bezwaar.
Het hof oordeelde dat de aankoop van de effecten een fiscale constructie was zonder reëel zakelijk belang, gericht op belastingontwijking (fraus legis). De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat de aandelen A B.V., hoewel als onroerende zaken gekwalificeerd, geen deel uitmaken van een in haar geheel ingebrachte onderneming, zodat de vrijstelling van overdrachtsbelasting niet van toepassing is.
De uitspraak benadrukt dat transacties die hoofdzakelijk gericht zijn op belastingbesparing zonder reële praktische betekenis kunnen worden aangemerkt als fraus legis. Daarnaast wordt bevestigd dat de kwalificatie van aandelen als onroerende zaken niet automatisch leidt tot toepassing van vrijstellingen die gelden voor inbreng van ondernemingen. De Hoge Raad bevestigt hiermee de strikte toepassing van de Wet op belastingen van rechtsverkeer en het leerstuk van fraus legis.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de fiscale constructie fraus legis is en dat de vrijstelling overdrachtsbelasting niet van toepassing is.