ECLI:NL:PHR:1995:AA1661
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over kwijtschelding motorrijtuigenbelastingverhoging wegens vertraging
Het cassatieberoep van de staatssecretaris van Financiën richt zich tegen het arrest van het Hof Arnhem van 21 juli 1994, waarin het hof de door de inspecteur gehandhaafde verhoging van motorrijtuigenbelasting over 1988/1989 geheel heeft kwijtgescholden vanwege een te lange doorlooptijd in de procedure.
De belanghebbende, aangeduid als X, heeft geen verweer gevoerd in cassatie. Het hof heeft geoordeeld dat de vertraging in de procedure zodanig was dat de verhoging op grond van het beginsel van 'undue delay' niet gehandhaafd kon blijven, ondanks dat de inspecteur zelf de uiterste spoed betrachtte.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dat het middel faalt omdat het hof terecht de verhoging heeft kwijtgescholden en het beroep van de staatssecretaris moet worden verworpen. De Hoge Raad bevestigt hiermee het belang van rechtsbescherming en een tijdige afhandeling van belastingzaken.
Het arrest bevat tevens een uitgebreide motivering over de proceskostenveroordeling en de criteria daarvoor, waarbij het hof de Staat veroordeelt tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan de belanghebbende.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de staatssecretaris wordt verworpen en de verhoging motorrijtuigenbelasting wordt geheel kwijtgescholden wegens vertraging.