ECLI:NL:PHR:1995:AA1674
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vennootschapsbelasting 1986: waardering van strategische betalingen bij deelnemingsverwerving
De zaak betreft het beroep in cassatie van X B.V. tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam over de waardering van een deelneming in het kader van de vennootschapsbelasting 1986. X B.V. had aandelen in Y B.V. gekocht voor 15 miljoen gulden en deze vervolgens ingebracht in haar dochtervennootschap F B.V. voor 8 miljoen gulden. Het geschil betrof de vraag of het verschil van 7 miljoen gulden in mindering gebracht mocht worden bij de winstbepaling.
Het hof oordeelde dat bij de waardering van de bedrijfswaarde van een deelneming niet alleen de intrinsieke waarde en toekomstige resultaten van belang zijn, maar ook strategische betalingen zoals concurrentiebedingen die de marktpositie beschermen. Het hof verwierp het standpunt van X B.V. dat sprake was van een miskoop of dat het concurrentiebeding een zelfstandige waarde had.
De Hoge Raad bevestigt deze benadering en benadrukt dat de bedrijfswaarde van de deelneming niet lager kan zijn dan de zakelijk bepaalde koopprijs, ongeacht de motieven van de koper. Ook externe factoren zoals bescherming van marktpositie en externe goodwill maken deel uit van de bedrijfswaarde. Het hof heeft de feiten zorgvuldig en begrijpelijk beoordeeld, en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het beroep van X B.V. wordt verworpen; strategische betalingen maken deel uit van de bedrijfswaarde en mogen niet als verlies worden afgetrokken.