ECLI:NL:PHR:1995:AA1684
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vrijstelling loonbelasting op stakingsuitkeringen van vakbondsweerstandskas
In deze zaak betwist de staatssecretaris van Financiën een uitspraak van het gerechtshof Leeuwarden waarin werd geoordeeld dat stakingsuitkeringen verstrekt door de Industriebond uit haar weerstandskas niet als periodieke uitkeringen in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 kunnen worden beschouwd. De belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen de inhouding van loonbelasting op een dergelijke uitkering, en het hof gaf hem daarin gelijk.
De kern van het geschil betreft de uitleg van art. 11, lid 1, onder m, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 en art. 34 van Pro de Wet op de loonbelasting 1964. De Hoge Raad bevestigt dat de stakingsuitkeringen deel uitmaken van een complex van rechten en verplichtingen en derhalve geen periodieke uitkeringen zijn zoals bedoeld in de wet. Tevens wordt bevestigd dat de vrijstelling voor fondsuitkeringen van toepassing is op deze uitkeringen.
De staatssecretaris voerde aan dat de Industriebond niet als fonds kan worden beschouwd en dat de inhoudingsplicht niet op de bond zou rusten, maar deze argumenten werden verworpen. De Hoge Raad concludeert dat de middelen van de staatssecretaris niet slagen en verwerpt het beroep in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de staatssecretaris wordt verworpen; de inhouding van loonbelasting op de stakingsuitkering was onterecht.