ECLI:NL:PHR:1995:AA1688
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtstreekse relatie tussen EG-subsidie en levering zaaizaad voor omzetbelasting
De zaak betreft een geschil over de aftrek van omzetbelasting door X B.V., een kweekbedrijf dat graszaden produceert en verkoopt. De belanghebbende had een overeenkomst met een landbouwer voor de teelt van zaaizaad, waarbij een EG-subsidie werd toegekend die via de handelaar/kweker werd uitbetaald. De vraag was of de subsidie als prijssubsidie in de heffing van omzetbelasting moest worden betrokken en of aftrek van de betaalde omzetbelasting mogelijk was.
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch oordeelde dat er een rechtstreeks verband bestond tussen de subsidie en de levering van het zaaizaad, mede vanwege het vermeerderingscontract dat de landbouwer verplichtte het geproduceerde zaad aan de belanghebbende te leveren. De staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel, bevestigde het belang van het vermeerderingscontract als noodzakelijke voorwaarde voor de subsidie en benadrukte dat de subsidie een prijssubsidie is met een directe relatie tot de prijs van de geleverde prestatie. Hierdoor is aftrek van de omzetbelasting over de subsidie gerechtvaardigd. De uitspraak sluit aan bij de EG-richtlijn en voorkomt discriminatie tussen producenten.
De conclusie van de Procureur-Generaal ondersteunt deze interpretatie en adviseert verwerping van het beroep. Hiermee is de rechtszekerheid omtrent de fiscale behandeling van landbouwsubsidies versterkt.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de staatssecretaris wordt verworpen en de uitspraak van het hof bevestigd.