ECLI:NL:PHR:1995:AA3046
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aftrekbaarheid van kosten keukenapparatuur in ondernemingswoning landbouwbedrijf
De zaak betreft een cassatieberoep van de staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem over de fiscale behandeling van kosten voor keukenapparatuur in het woongedeelte van een boerderij die tot het ondernemingsvermogen van een landbouwer behoort.
De belanghebbende had in 1986 de keuken verbouwd en de kosten geactiveerd en afgeschreven binnen het ondernemingsvermogen. De Inspecteur stelde correcties vast omdat de keukenapparatuur privégebruik betreft en daarom niet als bedrijfskosten aftrekbaar is. Het hof besliste in het voordeel van de belanghebbende, maar de staatssecretaris ging in cassatie.
De Hoge Raad analyseerde de wetsgeschiedenis en jurisprudentie over de fiscale behandeling van woongenot in ondernemingsvermogen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen zakelijke en privé-uitgaven. De Raad concludeert dat kosten van keukenapparatuur, die in huurverhoudingen doorgaans door de huurder worden gedragen en niet leiden tot waardevermeerdering van het pand, niet tot het ondernemingsvermogen kunnen worden gerekend.
De conclusie is dat de afschrijving op deze apparatuur niet aftrekbaar is en dat de winst gecorrigeerd moet worden met een verhoging van 27 gulden ten opzichte van het hof. De uitspraak van het hof wordt vernietigd en de navorderingsaanslag verminderd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hof en bepaalt dat de kosten van keukenapparatuur niet aftrekbaar zijn, waardoor de winst met 27 gulden wordt verhoogd.