ECLI:NL:PHR:1995:AA3053
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Premieheffing volksverzekeringen en toepassing Verordening sociale zekerheid bij grensoverschrijdende werkzaamheden
De zaak betreft een Duitse apotheker die in 1987 in Duitsland als zelfstandige werkzaam was, maar in Nederland woonde. De Inspecteur legde hem premieheffing op voor de Nederlandse volksverzekeringen (AOW, AWW, AWBZ, AAW en AKW) over dat jaar. De belanghebbende voerde aan dat hij op grond van de Europese Verordening 1408/71 uitsluitend onder de Duitse sociale zekerheidswetgeving viel, omdat hij sinds 1984 niet meer in loondienst werkte maar als zelfstandige.
Het hof verwierp het primaire middel van de belanghebbende dat hij vanwege zijn vroegere werknemerstatus onder de Verordening viel, omdat hij zijn loondienstwerkzaamheden definitief had gestaakt. Het hof oordeelde dat het verzekeringsstelsel van het Duitse Versorgungswerk niet onder de Verordening viel, maar vernietigde de aanslag slechts gedeeltelijk op grond van het bilaterale verdrag tussen Nederland en Duitsland.
De Hoge Raad stelt dat de belanghebbende in 1987 binnen de personele werkingssfeer van de Verordening viel, omdat hij toen verzekerd was ingevolge de Nederlandse volksverzekeringen. De Verordening sluit het bilaterale verdrag uit, en de aanslag is daarom onterecht opgelegd. De uitspraak van het hof, de uitspraak van de Inspecteur en de aanslag worden vernietigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en de aanslag premieheffing voor de Nederlandse volksverzekeringen over 1987.