ECLI:NL:PHR:1995:AA3090
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over premieheffing en sociale verzekeringsverdrag Nederland-Duitsland
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over premieheffing in het kader van sociale verzekeringen tussen Nederland en Duitsland. De belanghebbende, een Duitse tandarts woonachtig in Nederland, was in Duitsland verplicht verzekerd bij het Versorgungswerk für Zahnärzte A (V.Z.A.), dat vergelijkbare risico's dekt als de Nederlandse AOW, AWW en AAW.
Het Hof had geoordeeld dat de verzekering bij het V.Z.A. gelijkgesteld kon worden aan de Duitse sociale verzekeringen genoemd in het verdrag tussen Nederland en Duitsland, waardoor de belanghebbende niet premieplichtig was voor AOW, AWW en AAW in Nederland. De premies voor AKW en AWBZ werden echter wel geheven.
De Hoge Raad oordeelt dat het Verdrag inzake sociale verzekeringen niet verhindert dat premies AKW en AWBZ worden geheven, ook al is de belanghebbende niet premieplichtig voor AOW. Het Verdrag kent een taksgewijze toepassing en de Nederlandse wettelijke basis voor AKW en AWBZ blijft geldig. De klachten van de belanghebbende en de staatssecretaris worden afgewezen, waarmee het Hof correct heeft geoordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de belanghebbende niet premieplichtig is voor AOW, AWW en AAW, maar wel voor AKW en AWBZ.