Conclusie
verhouding van verzet en hoger beroeponder meer HR 18 december 1992, NJ 1993, 177: degene die verzet instelt waar appel geboden is, wordt niet-ontvankelijk verklaard zonder dat alsnog een nieuwe termijn voor het appel begint te lopen. Ook in HR 17 januari 1992, NJ 1992, 263, waarin aan de orde was de (verboden) conversie van een verzet in een appel, is dit niet gebeurd. Zie over de
verhouding van verzet en cassatieHR 7 juni 1991, NJ 1991, 526: cassatieberoep tegen een verstekvonnis waarvan verzet openstaat, stuit af op art. 399 Rv Pro. Er wordt geen nieuwe termijn voor het verzet bepaald. Hetzelfde geldt in de
verhouding van cassatie en request-civiel: HR 5 november 1982, NJ 1984, 125; HR 13 december 1985, NJ 1986, 180; HR 17 mei 1991, NJ 1991, 645 en HR 10 juni 1994, NJ 1994, 654, alsmede Ten Kate, Het requestciviel, 1962, p. 306 e.v.; Veegens-Korthals Altes-Groen, Cassatie, 1989, nr. 52.