Conclusie
Korte beschrijving van de zaak
Bespreking van het middel
Conclusie
Parket bij de Hoge Raad
Ster Woningen B.V. vorderde bij de kantonrechter wijziging van de handelsnaam van Stermij B.V. wegens vermeende strijd met artikel 5 van Pro de Handelsnaamwet (Hnw), omdat de namen te veel op elkaar zouden lijken en verwarring bij het publiek te duchten zou zijn. De kantonrechter wees de vordering toe en legde Stermij een dwangsom op.
Stermij ging in hoger beroep bij de rechtbank Breda, die de beschikking van de kantonrechter vernietigde en het verzoek van Ster Woningen afwees. De rechtbank oordeelde dat het woord 'Ster' een zwak onderscheidend vermogen heeft en dat de handelsnamen visueel en auditief voldoende van elkaar verschillen. Ook de verschillende vestigingsplaatsen en het feit dat beide ondernemingen in de bouwsector actief zijn, maakten verwarring onwaarschijnlijk.
Ster Woningen stelde cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad overwoog dat het criterium van verwarringsgevaar bepalend is voor de beschermingsomvang van een handelsnaam en dat het woord 'Ster' inderdaad een zwak onderscheidend vermogen heeft. De Hoge Raad bevestigde dat de rechtbank een juiste maatstaf heeft gehanteerd en dat het feitelijk oordeel over het ontbreken van verwarringsgevaar niet onbegrijpelijk is. Daarom werd het cassatiemiddel verworpen en het beroep afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat geen verwarringsgevaar bestaat tussen de handelsnamen Ster Woningen en Stermij, en wijst het cassatieberoep af.