Conclusie
De zaak
Kan de fiscus uit onrechtmatige daad ageren?: princ. 1
Tijdsaspecten: princ. 2; inc. 2
Indirect invorderen?: princ. 3; inc. 1 en 4
Andere verweren: princ. 5
Relatieve competentie Ontvanger: inc. 5.
Enige algemene beschouwingen
Heffing en invordering. De uitvoering van de belastingwetten kent twee fasen: (i) het vaststellen van de belastingschuld door middel van een aanslag (om mij tot de aanslagbelastingen te beperken); en (ii) de invordering van die schuld.
De ontvanger in rechte. In onze zaak treedt de Ontvanger als eiser op en de vraag is of dat kan.
Windmill. Het open systeem kan ook worden geplaatst in de sleutel van HR 26 januari 1990, NJ 1991, 393 (MS) inzake Windmill, een arrest dat steeds mijn warme belangstelling heeft gehad (en dat niet alleen omdat een van de zegevierende kunstmestfabrieken heel lang heeft behoord tot de onderneming waaraan achtereenvolgens door mijn grootvader, mijn vader en mijn oudste broer leiding is gegeven). Dat in de parlementaire stukken van de IW 1990 deze sleutel ontbreekt, kan hierin haar verklaring vinden dat de parlementaire behandeling vrijwel was geëindigd (de MvA I is van 30 maart 1990), toen het arrest werd gewezen.
Kan de fiscus uit onrechtmatige daad ageren?
Tijdsaspecten
wanneerwordt de ontvanger nu eigenlijk bevoegd om een vordering uit onrechtmatige daad in te stellen? De beslissingen van het Hof, waartegen de onderdelen 2 van beide middelen opkomen, kunnen als volgt worden samengevat:
Indirect invorderen?
Andere verweren
Relatieve competentie Ontvanger
Conclusie