ECLI:NL:PHR:1996:51
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging arbeidsovereenkomst en vernietiging op grond van bedrog en dwaling
Deze zaak betreft de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen [eiseres] B.V. en [verweerder], hoofd administratie. Na teleurstellende prestaties werd de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden beëindigd via een overeenkomst van 28 oktober 1993, met afspraken over vergoeding, vakantiedagen, gebruik dienstauto en concurrentiebeding.
Na non-activiteit stelde [eiseres] [verweerder] op staande voet ontslagen en vernietigde de beëindigingsovereenkomst wegens bedrog en dwaling. Zij stelde dat [verweerder] onjuiste verklaringen gaf over uitzicht op ander werk en het verzwijgen van oprichting en activiteiten van een eigen vennootschap.
De kantonrechter wees de vorderingen van [verweerder] af, maar de rechtbank vernietigde dit vonnis en wees de vorderingen van [verweerder] toe, waarbij zij het beroep op bedrog, dwaling en dringende reden voor ontslag op staande voet verwierp.
De Hoge Raad bevestigt dat voor bedrog vereist is dat de wederpartij door opzettelijk misleidende mededelingen of verzwijging is bewogen tot het sluiten van de overeenkomst, hetgeen niet voldoende was gesteld. Ook het beroep op dwaling faalt omdat niet aannemelijk is gemaakt dat de overeenkomst onder andere voorwaarden zou zijn gesloten.
Het ontslag op staande voet wordt eveneens verworpen omdat onvoldoende is gesteld dat [verweerder] handelde in strijd met het concurrentiebeding of dat zijn activiteiten concurreerden met die van [eiseres].
Uitkomst: Het cassatieberoep van [eiseres] wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank wordt bevestigd.