ECLI:NL:PHR:1996:AA1701
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing fiscale eenheid vennootschapsbelasting 1987
In deze zaak stond de vraag centraal of B.V. X terecht was geweigerd de status van fiscale eenheid toe te kennen voor het belastingjaar 1987. B.V. X, waarvan A B.V. alle aandelen hield en vanaf april 1987 B B.V. eigenaar was van A, voerde aan dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat zij niet tot een fiscale eenheid behoorde.
Het hof had geoordeeld dat de fiscale eenheid terecht was geweigerd, onder meer omdat het boekjaar van B.V. X niet gelijkliep met dat van de moedermaatschappij en omdat er geen inzicht was gegeven in de vermogenspositie. De Hoge Raad stelde vast dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd en dat de feitelijke beoordeling niet voor cassatie vatbaar was.
De conclusie van de Procureur-Generaal was dan ook dat het cassatieberoep ongegrond moest worden verklaard. Hiermee blijft het oordeel van het hof in stand dat B.V. X belastingplichtig is en de aanslag vennootschapsbelasting over de periode 1 mei tot en met 31 december 1987 terecht is opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van B.V. X wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting blijft gehandhaafd.