ECLI:NL:PHR:1996:AA1744
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid van sluiting lijst der geldelijke regelingen in ruilverkaveling
In deze zaak staat de rechtsgeldigheid van de sluiting van de lijst der geldelijke regelingen (LGR) in de ruilverkaveling 'C' centraal. De rechtbank had op 22 december 1987 de LGR gesloten, terwijl een bezwaarschrift van belanghebbende B nog niet was beslist. Tussen de Staat en de Landinrichtingscommissie was een overeenkomst gesloten om de uitbetaling aan B buiten de LGR om te regelen. De rechtbank kende vervolgens een extra schadevergoeding toe aan B, maar wijzigde de LGR niet meer.
De erfgenamen van A stelden bezwaar tegen een aanslag landinrichtingsrente die voortvloeide uit de LGR, maar dit bezwaar werd afgewezen. Het hof bevestigde de bevoegdheid van de belastingrechter om de rechtsgeldigheid van de LGR te toetsen en oordeelde dat de LGR rechtsgeldig was gesloten, ook al was er een overeenkomst buiten de LGR om. De nadelige financiële gevolgen voor belanghebbenden door de 'vroegtijdige' sluiting van de LGR waren onvoldoende om de sluiting onrechtmatig te achten.
De Hoge Raad concludeert dat de LGR als titel voor de heffing van landinrichtingsrente rechtsgeldig is gesloten en dat de belangen van de rechthebbenden voldoende zijn beschermd. De mogelijkheid tot bezwaar en beroep tegen de LGR bestaat in eerdere stadia en niet meer na sluiting. De cassatiemiddelen worden verworpen en het beroep afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de rechtsgeldigheid van de sluiting van de lijst der geldelijke regelingen en wijst het cassatieberoep af.