Conclusie
Derde Kamer A
Vennootschapsbelasting 1988
Parket, 16 juni 1995
Korte beschrijving van de zaak.
De bestreden uitspraak.
Verrekening.
Conclusie.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft de verkoop van aandelen door [X] N.V. in een bank aan een spaarbankgroep tegen een koers van 115%, terwijl de going-concern waarde 200% bedroeg. De belanghebbende stelde dat het verschil als schadevergoeding wegens beëindiging van dienstverlening aan de bank in mindering gebracht mocht worden op de belastbare winst.
Het gerechtshof te Amsterdam oordeelde dat de lagere koers het gevolg was van een onderbezettingsverlies dat de voortzettende aandeelhouders zouden dragen, en dat de schadevergoeding was verrekend met de koopprijs. Er was geen sprake van een aparte schadevergoeding die aftrekbaar was.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en stelde dat de verrekening tussen schadevergoeding en koopprijs een economische verrekening betrof, waarbij de aandelenprijs uit verschillende elementen was opgebouwd. De nauwe verwevenheid tussen aandeelhouderschap en afname van diensten werd als feitelijk en rechtskundig oordeel door het hof gemotiveerd en aanvaard.
Het beroep in cassatie werd verworpen, waarmee de uitspraak van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.