ECLI:NL:PHR:1996:AA1823
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermogensinkomsten toerekening en navordering bij gehuwden in inkomstenbelasting
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam over een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1986. De belanghebbende was gehuwd buiten gemeenschap van goederen en had een belastbaar inkomen opgegeven zonder de rente-inkomsten van zijn echtgenote te vermelden. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op met een verhoging wegens vermeende opzet of grove schuld.
Het hof handhaafde de aanslag en de heffingsrente, en bevestigde het besluit om de opgelegde verhoging deels kwijt te schelden. De Hoge Raad bespreekt de wettelijke toerekening van vermogensinkomsten aan de echtgenoot met het hoogste persoonlijke arbeidsinkomen en de plicht tot het verstrekken van informatie door de andere echtgenoot.
De Hoge Raad oordeelt dat de regeling niet in strijd is met het recht op privacy en bevestigt dat de navordering aan de echtgenoot met het hoogste inkomen kan worden opgelegd, ook als de andere echtgenoot de inkomsten verzwegen heeft. De klacht over onvoldoende motivering van de verhoging faalt, maar de bevestiging van het kwijtscheldingsbesluit door het hof wordt vernietigd wegens onduidelijkheid over de motieven. De zaak wordt verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor zover het het kwijtscheldingsbesluit bevestigt en de zaak wordt verwezen voor nadere behandeling.