ECLI:NL:PHR:1996:AA1871
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over belastingheffing herbeleggingsreserve bij statusverlies beleggingsinstelling
De zaak betreft een cassatieberoep van de staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam over de vennootschapsbelastingheffing van B.V. X, die tot en met 1989 als beleggingsinstelling werd aangemerkt.
Door een wetswijziging in 1990 verloor B.V. X haar status als beleggingsinstelling, waardoor het boekjaar 1990 werd gesplitst in twee gedeelten. De herbeleggingsreserve, gevormd volgens het Besluit beleggingsinstellingen, moest in de winst over het eerste halfjaar 1990 worden opgenomen en tegen een bijzonder tarief van 15% worden belast.
De staatssecretaris betwistte deze toepassing, met name de splitsing van het boekjaar, de verrekening van verliezen en de berekening van heffingsrente. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat de bijzondere belastingheffing op de herbeleggingsreserve in het eerste halfjaar 1990 terecht is toegepast, dat verliesverrekening met eerdere jaren niet aannemelijk was gemaakt, en dat heffingsrente niet verschuldigd is bij correcte aangifte en aanslag.
De Hoge Raad concludeert dat de wetgeving en de wetsgeschiedenis duidelijk maken dat de statusverliesregeling met terugwerkende kracht leidt tot een splitsing van het boekjaar en dat het bijzondere tarief van toepassing is op de herbeleggingsreserve in het eerste halfjaar 1990. Het beroep van de staatssecretaris wordt verworpen.
Uitkomst: Het beroep van de staatssecretaris wordt verworpen en het bijzondere tarief van 15% op de herbeleggingsreserve wordt bevestigd.