Conclusie
f5.000,-, subsidiair 50 dagen hechtenis, opgelegd wegens -kort gezegd- 1. het opzettelijk aanwezig hebben van heroïne en 3. het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. Van feit 2 is verzoeker vrijgesproken. Aangenomen moet worden dat daartegen het cassatieberoep zich niet richt.
eerstemiddel klaagt over de verwerping door het hof van het door verzoeker gedane beroep op psychische overmacht.
dushet aangevoerde niet aannemelijk is, lijkt een miskenning in te houden van die taak. Bovendien wekt 's hofs motivering de (onjuiste) suggestie dat de verdachte zijn stellingen tot op zekere hoogte aannemelijk dient te maken. Uitvoeriger hierover Corstens, Handboek 2e druk, blz. 656 ev, en Knigge, Beslissen en motiveren, blz. 115; zie ook HR NJ 1993, 267 en NJ 1995, 484. Ik acht het middel gegrond.
tweedemiddel wordt gesteld dat het hof het onder 3 bewezenverklaarde (het voorhanden hebben van een aantal patronen van diverse kalibers) ten onrechte heeft gekwalificeerd als meermalen gepleegd, omdat munitie een verzamelbegrip is en de wet geen onderscheid maakt tussen diverse kalibers.