ECLI:NL:PHR:1997:4
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken zekerheidstelling bij dwangbevel
Verzoekster heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem, waarin haar verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel ongegrond werd verklaard. Volgens art. 575 lid 3 Sv Pro is cassatie alleen ontvankelijk na voorafgaande zekerheidstelling van het nog verschuldigde bedrag en kosten. Verzoekster heeft deze zekerheid niet gesteld.
De advocaat van verzoekster voerde aan dat zij financieel niet in staat was tot zekerheidstelling en dat dit in strijd zou zijn met het recht op toegang tot de rechter zoals gewaarborgd in art. 6 EVRM Pro. De Hoge Raad overweegt dat de jurisprudentie over toegang tot de rechter in WAHV-zaken niet van toepassing is op dwangbevelprocedures bij geldboetes.
De Hoge Raad benadrukt dat in de initiële strafprocedure vrije toegang tot de rechter is gewaarborgd en dat verzet tegen een dwangbevel openstaat zonder financiële drempel. Er is geen grond voor vrijstelling van de zekerheidstelling in de inningsfase. Bovendien wordt aangenomen dat de opgelegde boete in overeenstemming was met de draagkracht van verzoekster.
De Hoge Raad concludeert dat het ontbreken van zekerheidstelling leidt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep, zonder dat sprake is van een schending van art. 6 EVRM Pro. Het beroep wordt daarom buiten behandeling gelaten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van zekerheidstelling.