ECLI:NL:PHR:1997:46
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermogensbeheerovereenkomst en wanprestatie tussen Optimum en cliënt
In deze civiele procedure staat centraal de vraag of tussen Optimum en de cliënt een overeenkomst tot vermogensbeheer is gesloten en of Optimum wanprestatie heeft gepleegd door haar rapportageverplichting niet na te komen. De rechtbank had bij verstekvonnis de vorderingen van de cliënt toegewezen, maar het hof bekrachtigde dit vonnis na een appelprocedure waarin het oordeelde dat Optimum haar verweer omtrent het niet bestaan van de overeenkomst had prijsgegeven.
De kern van het geschil betreft een productie van een overeenkomst die door de rechtbank was geweigerd vanwege schending van de goede procesorde, omdat Optimum niet in de gelegenheid was gesteld het stuk te bespreken. Het hof ging echter uit van de juistheid van deze productie en concludeerde dat Optimum haar verweer niet handhaafde, wat leidde tot toewijzing van de vorderingen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte voorbij is gegaan aan het feit dat de productie door de rechtbank was geweigerd en daardoor niet tot de processtukken behoort. Dit betekent dat het oordeel van het hof over het prijsgeven van het verweer niet kan standhouden. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor verdere behandeling, waarbij de partijen alsnog in de gelegenheid worden gesteld de overeenkomst te overleggen en daarop te reageren.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.