ECLI:NL:PHR:1997:AA2261
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over verhoogd loonbelastingtarief voor niet-ingezetene directeur Belgische vennootschap
In deze zaak betrof het cassatieberoep een Belgische directeur die in 1990 werkzaamheden verrichtte voor de Nederlandse vaste inrichting van zijn Belgische vennootschap. Het hof had het verhoogde loonbelastingtarief voor niet in Nederland wonende werknemers toegepast, zonder premies volksverzekeringen in te houden.
De belanghebbende voerde aan dat dit tarief een verboden discriminatie opleverde volgens artikel 48, lid 2 van het EG-Verdrag. De inspecteur en het hof verwierpen dit bezwaar, maar de staatssecretaris van Financiën voerde in cassatie aan dat het tarief strijdig was met het EG-recht.
De Hoge Raad overwoog dat de verhouding tussen de belanghebbende en de vennootschap volgens Belgisch recht geen arbeidsovereenkomst was, waardoor geen premieplicht voor Nederlandse volksverzekeringen bestond. De toepassing van het verhoogde tarief was daarmee onjuist.
Verder werd de EG-Verordening 1408/71 toegepast, waarbij werd vastgesteld dat de werkzaamheden als zelfstandige werden verricht en dat het Belgische sociale zekerheidsrecht exclusief van toepassing was. Het arrest van het Hof van Justitie van 27 juni 1996 bevestigde dat het verhoogde tarief in deze situatie in strijd was met het EG-recht.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en gelastte teruggave van de onterecht ingehouden loonbelasting van ƒ 23,82 aan de belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en gelast teruggave van onterecht ingehouden loonbelasting.