ECLI:NL:PHR:1997:AA3252
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling overdrachtsbelasting bij ruilverkaveling en gezamenlijke verkrijging in maatschap
Belanghebbende en zijn vader gingen een maatschap aan voor gezamenlijk landbouwbedrijf. Onroerende zaken werden ingebracht in een ruilverkaveling en later weer aan de maatschap toegedeeld. De inspecteur weigerde de vrijstelling van overdrachtsbelasting op grond van art. 15 lid 1 letter Pro g WBR toe te passen en legde een naheffingsaanslag op.
Het hof stelde belanghebbende in het gelijk en oordeelde dat de gezamenlijke verkrijging door de vennoten niet het gevolg was van deelneming in een vennootschap in de zin van de wet, en dat de vrijstelling van art. 15 lid 1 letter Pro g WBR van toepassing was. Tevens werd overwogen dat de ruilverkaveling niet als zaaksvervanging moest worden beschouwd, maar als een verkrijging krachtens ruilverkaveling.
De staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen dit oordeel, stellende dat de tussenliggende gezamenlijke verkrijging krachtens ruilverkaveling moest worden verwaarloosd en dat de vrijstelling niet van toepassing was. De conclusie van de Procureur-Generaal adviseert het cassatiemiddel te verwerpen, onderbouwd met een uitgebreide analyse van de wetsteksten, wetsgeschiedenis en jurisprudentie.
De conclusie benadrukt dat de vrijstelling van art. 15 lid 1 letter Pro g WBR niet beperkt is tot gevallen van deelneming in een vennootschap zoals door de staatssecretaris gesteld, en dat een redelijke toepassing van de wetstoepassing de vrijstelling ook in dit soort gevallen rechtvaardigt. Tevens wordt opgemerkt dat een strikte aanname van zaaksvervanging fiscale gevolgen zou hebben die niet wenselijk zijn.
De zaak heeft daarmee betekenis voor de toepassing van vrijstellingen bij overdrachtsbelasting in situaties van ruilverkaveling en gezamenlijke verkrijging binnen maatschappen, en blijft relevant als richtsnoer voor toekomstige gevallen.
Uitkomst: Het beroep van de staatssecretaris in cassatie wordt verworpen en de vrijstelling van overdrachtsbelasting wordt toegepast op de gezamenlijke verkrijging via ruilverkaveling.