ECLI:NL:PHR:1997:AA3330
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing zaak over accijnsverschillen in fictief douane-entrepot
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage over accijnsverschillen in een fictief douane-entrepot van belanghebbende X B.V. De belanghebbende beschikte over een vergunning voor het vestigen van een fictief douane- en accijnsentrepot met administratieve controle, waarin verschillen werden geconstateerd tussen ingeslagen en aanwezige hoeveelheden vloeibare producten. Deze verschillen werden door de Inspecteur als vermist aangemerkt, wat leidde tot een uitnodiging tot betaling van accijns en andere heffingen.
Het hof had de uitnodiging tot betaling gehandhaafd, maar de Hoge Raad stelt vast dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat belanghebbende geen melding had gemaakt van de aanvoerverschillen, terwijl partijen hierover van mening verschilden. Tevens is besproken dat het gebruik van summiere documenten niet leidt tot ontslag van aansprakelijkheid en dat de wettelijke regeling omtrent summiere documenten pas na de vergunningverlening van kracht werd.
De Hoge Raad concludeert dat het oordeel van het hof over het ontbreken van melding onbegrijpelijk is en vernietigt het arrest. De zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing. Hiermee wordt de procedure voortgezet met een nieuwe beoordeling van de feiten en juridische aspecten.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.