ECLI:NL:PHR:1997:AA3353
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vennootschapsbelastingheffing over aandelenbezit in kader stock-option plan
X B.V. hield 823 certificaten van aandelen in E B.V. in het kader van een stock-option plan voor werknemers. De vraag was of dit aandelenbezit als een deelneming in de zin van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 moest worden aangemerkt, waardoor de gerealiseerde winst vrijgesteld zou zijn.
Het hof oordeelde dat X B.V. geen onderneming dreef en dat het aandelenbezit niet in de lijn lag van normale bedrijfsuitoefening, waardoor de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing was. X B.V. stelde dat haar activiteiten wel degelijk een onderneming vormden, gericht op het beschermen van aandelenbezit binnen het concern.
De Hoge Raad concludeerde dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met de beschermingsfunctie van X B.V. en dat het oordeel niet met redenen was omkleed. Het middel over het vertrouwensbeginsel faalde omdat X B.V. relevante informatie over lopende onderhandelingen met een derde partij had achtergehouden. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug voor nieuwe beoordeling over deelnemingsvrijstelling aandelenbezit.